Oudere auto’s kunnen over het algemeen gezien nog prima gebruikt worden voor dagelijks vervoer. Je ziet de laatste jaren ook steeds meer rijden op de weg. De vraag is wat de achterliggende gedachte hiervan is. Gaat het om het verlagen van de kosten, of om het plezier of stukje nostalgie dat je bij bepaalde modellen kunt hebben. In het eerste geval kan ik vanuit mijn ervaring spreken dat er van goedkoper rijden geen sprake is mits je niet wakker ligt van exterieure onvolkomenheden en de auto gewoon afrijd totdat het gebeurd is en daarbij een stukje geluk met je mee hebt dat de auto het niet begeeft. Je ziet ze wel eens rijden, de oude volvo’s en opel kadettjes die de schoonheidsprijs al jaren hebben verloren, maar nog steeds dagelijks bij het pad zijn.
Afgezien van de uitzonderingen behoeven oudere auto’s vaak toch meer zorg en onderhoud aan exterieur en mechaniek dan een jonge auto. Om een aantal voorbeelden te noemen heeft de gemiddelde oldtimer nog geen hydraulische kleppen of elektronische ontsteking wat betekent meer structureel onderhoud. Ook verstaffing van allerlei rubbers zoals voor waterafdichting, maar ook aan het mechanische gedeelte zoals ophanging, subframe, vering, slangen enz. speelt veelal een rol in het op de weg houden van de auto.
Het brandstof verbruik ligt in de regel hoger. 1 op 10 is in de meeste gevallen al géén haalbaar feit, dus hoe meer kilometers, hoe kleiner je winst wordt. Zeker met de komst van G3 installaties (ervanuit gaande dat de goedkope rijders op lpg rijden) en de lagere belastingstabellen daaraan gekoppeld maakt het verschil nog kleiner.
Gebruik je een oldtimer als enige auto, dan moet je er rekenschap mee houden dat je niet in een oldtimerverzekering kunt. Deze verzekeringen zijn bedoelt voor hobby auto’s en kunnen alleen als 2e auto verzekerd worden. (ook zitten hier kilometerrestricties aan. De opties zijn veelal 5000 of 7500 kilometer) Wel is het mogelijk om de auto op taxatiewaarde te laten verzekeren met daarbij het gewenste aantal kilometers wat misschien iets voordeliger is, maar veel zul je er niet aan overhouden.
Al met al is het misschien toch de moeite waard om eens af te wegen waarom je een oldtimer wilt, en de verschillen eens op papier zet. Dit kan in ieder geval inzicht geven wat het in kosten scheelt. Volgende stap is dan wat koop ik, en waar moet ik op letten.
Zoek een merk uit waarvoor nog redelijk gemakkelijk onderdelen te vinden zijn om je op de weg te kunnen houden. Anders heb je kans dat je ongewenst lang stil kan komen te staan.
Zoek naar achtergrondinformatie over het model wat je op het oog hebt. Wat zijn de zwakke en sterke punten. Zo ben je beter voorbereid als je heen gaat voor een proefritje.
Is de prijs reëel? Omdat dagwaardes niet meer gelden kunnen prijzen heel verschillend zijn. eigenlijk geld de regel “het is maar net wat de gek ervoor wil geven”. In principe zijn oude auto’s namelijk niets waard. Wie zou immers nog een oldtimer kopen zonder de emotionele waardes, zeldzaamheden en historie die mensen aan bepaalde modellen koppelen. Hierdoor kunnen vraagprijzen soms niet realistisch zijn en buiten proportie treden.
Het is lastig, maar probeer de zwakke en goede punten op een rij te zetten en dit af te wegen tegen de vraagprijs. Meerdere auto’s van hetzelfde merk bekijken helpt om dit te kunnen inschatten.